Tweehonderd telefoonfoto's van elk 12 MB, en een cms dat WebP-bestanden wil van hooguit 1920 px breed: deze pagina is voor die klus gemaakt. Om afbeeldingen in bulk te comprimeren stuurt ze elk bestand door maximaal vier stappen (bijsnijden, schalen, omzetten, hernoemen) en levert de resultaten als losse bestanden of als één ZIP. Het werk gebeurt in het browsertabblad.
Vier kaarten, allemaal aan bij het laden
Als de pagina opent, staat het bijsnijden op 500×500, het schalen op exact 100×100, het formaat op WebP met 80% en de naam op image_thumbnail_{01}. Als je alleen kleinere bestanden wilt, klik dan op een voorinstelling of zet de kaart Bijsnijden en de kaart Schaal en resolutie uit voordat je begint.
Afbeeldingen in een batch comprimeren
- Stel de vier kaarten met de hand in of klik op een voorinstelling. Elke kaart heeft zijn eigen schakelaar.
- Zet bestanden of een hele map in het neerzetvak. De knoppen Meerdere bestanden kiezen en Hele map kiezen doen hetzelfde. Een neergezette map wordt inclusief submappen doorzocht.
- Kies het doelformaat en de kwaliteit. Het vak met het naampatroon toont een voorbeeld op basis van een voorbeeldbestandsnaam.
- Druk op Alles verwerken. De bestanden worden na elkaar verwerkt terwijl een voortgangsbalk volloopt.
- Lees de grootte-kolom. Download een los bestand met het pictogram in zijn rij, of druk op Downloaden als ZIP.
Wat de vijf voorinstellingen instellen
- Miniaturen: bijsnijden 500×500, schalen 100×100, WebP 80.
- Weboptimalisatie past de langste zijde in 1920 px en bewaart WebP met 80, zonder bijsnijden.
- Sociale media 1:1 snijdt 1080×1080 uit het midden en schrijft JPEG met 85.
- Maximale besparing schaalt naar 75% en bewaart WebP met 65.
- Bijna verliesloos behoudt het formaat en bewaart WebP met 90.
Waar een foto wordt afgesneden, uitgerekt of zwaarder wordt
Bijsnijden snijdt een vast vak van pixels uit en schaalt nooit. Kies 16:9 en het vak is 1920×1080, dus een foto van 4000×3000 verliest het grootste deel van zijn oppervlak als je niet eerst schaalt. Het anker (midden, boven, onder, links, rechts) bepaalt welk deel blijft. Het anker bovenaan houden redt bij portretten vaak de gezichten.
Schalen heeft vijf modi. Exact rekt de afbeelding naar beide waarden. Passend vergroot nooit. Breedte en hoogte behouden de verhoudingen. Percentage loopt van 10 tot 200.
Kwaliteit loopt van 5 tot 100. PNG negeert het, dus een foto die als PNG is opgeslagen kan groter uitvallen dan de oorspronkelijke JPEG, en de rij toont dan een plusteken in amber. Er komen alleen WebP, JPEG en PNG uit, terwijl JPG, PNG, WebP, AVIF, BMP, GIF en SVG erin gaan. Een GIF behoudt zijn eerste frame en een SVG wordt een pixelafbeelding. Bij JPEG krijgen transparante gebieden de achtergrondkleur die je kiest, standaard wit. EXIF-gegevens worden niet geschreven. Met de formaatkaart uit behoudt een resultaat het type van het bronbestand als de browser het kan schrijven (JPEG, PNG of WebP). Andere bronnen, zoals GIF of SVG, komen als PNG uit. De bestandsnaam eindigt altijd op de extensie van het werkelijke type. Als de browser het gekozen formaat niet kan schrijven, bewaart hij PNG, noemt hij het bestand .png en toont hij een melding.
Naamtokens en een platte ZIP
Het patroon accepteert {name}, {index}, {w}, {h} en de opgevulde tellers {01}, {001} en {0001}. Met het patroon vakantie_{001} en een beginindex van 40 krijg je vakantie_040, vakantie_041 enzovoort. De ZIP heeft geen mappen. Twee bestanden uit verschillende mappen kunnen dus dezelfde resultaatnaam krijgen, tenzij het patroon een teller bevat.
Waar de 200 foto's naartoe gaan
Nergens naartoe. De browser leest elk bestand, tekent het opnieuw op een canvas en codeert het in je tabblad. Op Alles verwerken drukken verstuurt geen verzoek. Losse downloads en de ZIP worden in het geheugen opgebouwd. Het klembord wordt niet gebruikt. Een bestand dat de browser niet kan verwerken, krijgt een foutbadge in zijn rij.